Zo leren kleine mensen de wereld begrijpen

Kinderen ontwikkelen zich in een razend tempo, vooral in de eerste jaren van hun leven. Van de eerste kreet bij de geboorte tot de eerste volzin op de kleuterschool: wat er in die korte tijd allemaal gebeurt, is werkelijk bijzonder. Toch weten veel ouders niet precies wat ze kunnen verwachten en wanneer. Dat maakt het soms lastig om te zien of een peuter of baby op de goede weg zit.

Taal begint eerder dan je denkt

Vanaf de geboorte is een baby al bezig met communiceren. Het huilen, de kreetjes en later het brabbelen zijn geen willekeurige geluiden. Ze zijn de eerste stap in het leren praten. Rond vier maanden reageert een baby al op stemmen en maakt het zijn of haar eigen geluidjes. Tussen zes en twaalf maanden beginnen de meeste baby’s te brabbelen met klanken als “mama” en “dada”, zonder dat ze die woorden al echt begrijpen. Dat begrijpen komt pas later. Rond de eerste verjaardag zegt een gemiddeld kind zijn of haar eerste echte woord. Daarna gaat het snel: bij achttien maanden kennen veel peuters al tien tot vijftien woorden. Vanaf die leeftijd beginnen ze ook kleine zinnetjes te maken, zoals “appel eten” of “fietsje rijden”. Die twee-woordzinnen zijn een groot moment in de taalontwikkeling.

Niet elk kind groeit in hetzelfde tempo

Eén op de vijf leerlingen begint aan de basisschool met een taalachterstand. Dat is een opvallend hoog getal, zeker omdat zo’n achterstand later moeilijk in te halen is. Toch is er grote variatie in hoe snel jonge kinderen zich ontwikkelen. Net zoals het ene kind eerder leert lopen dan het andere, verloopt ook de taalontwikkeling bij ieder kind op zijn eigen manier. Dat is heel normaal. Een tweejarige die nog niet veel praat, hoeft geen probleem te hebben. Tegelijk is het goed om alert te zijn. Praat een kleuter van twee jaar nog helemaal niet, of begrijpt het nauwelijks wat je zegt, dan is een gesprek met de huisarts of het consultatiebureau verstandig. Vroeg signaleren maakt een groot verschil.

Wat ouders zelf kunnen doen

De omgeving speelt een grote rol in hoe snel een jong kind taal oppikt. Ouders en verzorgers zijn daarin de belangrijkste factor. Veel praten met een baby of peuter helpt enorm, ook als het kind nog niet antwoordt. Benoem wat je doet: “Ik pak je jas. We gaan naar buiten.” Lees voor, zing liedjes en stel kleine vragen. Wacht daarna even af, ook als er geen antwoord komt. Die stille ruimte leert een kind dat een gesprek twee kanten op gaat. Schermen en televisie zijn geen goede vervangers voor echte gesprekken. Een peuter leert taal het beste van echte mensen in echte situaties. Boeken voorlezen is een van de meest bewezen manieren om woordenschat te vergroten. Begin daar gerust al mee als een baby nog maar een paar maanden oud is.

Wanneer is extra hulp nodig

Soms verloopt de taalontwikkeling trager dan verwacht en is begeleiding van een professional nuttig. Een logopedist kan beoordelen of er sprake is van een achterstand en hoe die aangepakt kan worden. Hoe eerder dat gebeurt, hoe beter de resultaten meestal zijn. Naast taal zijn er ook andere gebieden waarop jonge kinderen zich ontwikkelen, zoals bewegen, sociaal contact en zelfstandigheid. Een kind dat op zijn tweede nog niet samen speelt met andere kleintjes, hoeft geen reden tot zorg te zijn. Maar als meerdere signalen tegelijk opvallen, is het slim om dat te bespreken met een professional. Het consultatiebureau is hiervoor een laagdrempelige plek. Ouders hoeven niet te wachten tot er een afspraak gepland staat: zij kennen hun kind het best en mogen altijd eerder aan de bel trekken.

Veelgestelde vragen

Hoeveel woorden moet een kind van twee jaar kennen?
Een peuter van twee jaar kent gemiddeld tussen de vijftig en tweehonderd woorden. Er is daarin veel variatie. Belangrijker dan het aantal woorden is of een kind van twee jaar begint met het combineren van woorden, zoals “meer koekje” of “mama weg”. Doet een kind dat nog helemaal niet, dan is het goed om dat te bespreken met een arts of logopedist.

Helpt meertalig opvoeden bij de taalontwikkeling?
Meertalig opvoeden vertraagt de taalontwikkeling niet. Een kind dat met twee talen opgroeit, kan in het begin minder woorden per taal kennen dan een eentalig kind, maar het totale aantal woorden over beide talen is vergelijkbaar. Op de lange termijn is meertalig opgroeien een groot voordeel.

Vanaf welke leeftijd is voorlezen zinvol?
Voorlezen is zinvol vanaf de eerste levensmaanden. Baby’s reageren al vroeg op de stem van hun ouder en op het ritme van taal. Hoe vroeger en hoe vaker er voorgelezen wordt, hoe groter de woordenschat van een kind later wordt. Het gaat niet alleen om de woorden, maar ook om de aandacht en het samen kijken naar plaatjes.

Wat is het verschil tussen een taalachterstand en een taalontwikkelingsstoornis?
Een taalachterstand betekent dat een kind minder ver is in zijn of haar taalontwikkeling dan gemiddeld, maar de juiste stappen wel doorloopt. Een taalontwikkelingsstoornis is een aandoening waarbij de taalverwerking structureel anders verloopt, ongeacht de omgeving of de hoeveelheid taalaanbod. Bij een vermoeden van een stoornis is onderzoek door een logopedist of kinderarts nodig.

Dit vind je misschien ook leuk