Rechtsbijstandsvoorziening voor mediation

Total
0
Shares
Het afspiegelingsbeginsel bij collectief ontslag

Rechtsbijstandsvoorziening voor mediation


Mediation is in Nederland een belangrijke methode van buitengerechtelijke geschiloplossing. Dit komt mede doordat er een groeiend besef is dat de juridische aanpak van conflicten ontoereikend is, aangezien dit vaak veel tijd kost, zeer kostbaar is en ook vaak geen bevredigende oplossing biedt. Uiteraard zijn er ook kosten aan mediation verbonden, die niet voor iedereen op te brengen zijn. Hiervoor bestaat een subsidieregeling, die van toepassing is onder bepaalde voorwaarden. Mede met oog op de implementatie van de ‘Europese richtlijn betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken’ is het nuttig te kijken naar de wenselijkheid van en zo ja, de invulling van een regeling omtrent de rechtsbijstandvoorziening voor mediation.

De huidige subsidieregeling

Er is een subsidieregeling voor personen die beneden een bepaalde inkomensgrens vallen, zodat kosten geen belemmering vormen om gebruik te maken van mediation. Indien een persoon aan bepaalde vereisten voldoet, kan hij of zij in aanmerking komen voor gesubsidieerde mediation. Een aanvraag hiervoor dient te worden ingediend bij de Raad voor Rechtsbijstand (hierna: Raad). De Raad bepaalt aan de hand van gegevens over het inkomen en het vermogen van de betreffende persoon, maar ook van inhoudelijke gegevens van de zaak of diegene in aanmerking komt voor subsidie, namelijk:



Inkomen en vermogen

De subsidieregeling geldt alleen voor personen diens inkomen beneden een bepaalde grens ligt (lager dan 34.700 euro voor gehuwden, samenwonenden en eenoudergezinnen en lager dan 24.600 euro voor alleenstaanden). Ook wordt er gekeken naar het vermogen; personen die belasting betalen in box 3 komen niet voor subsidie in aanmerking.

De Raad controleert op basis van het sofinummer de persoonsgegevens en of het inkomen en vermogen onder de vastgestelde grenzen liggen.

Inhoudelijke gegevens

  1. Het moet gaan om een probleem dat de betreffende persoon zelf redelijkerwijs niet kunt oplossen;
  2. Het moet gaan om een zaak van de persoon zelf of zijn of haar minderjarig kind;
  3. Het moet gaan om een belang of zaak waar het Nederlandse recht op van toepassing is;
  4. Problemen die te maken hebben met het eigen bedrijf van de persoon komen niet in aanmerking;
  5. De zaak mag niet gaan over een te klein financieel belang.

Naast deze voorwaarden, moet er nog aan drie laatste eisen zijn voldaan, namelijk:

  1. Bij de aanvraag moet een afschrift van de mediationovereenkomst worden overgelegd. De Raad beoordeelt hieruit of beide partijen zich bereid hebben verklaard aan de mediation deel te nemen. Indien dit niet het geval is, wordt het verzoek afgewezen.
  2. Indien er sprake is van een doorverwijzing naar een mediator door het juridisch loket of de rechter moet de schriftelijke verwijzing worden overgelegd.
  3. De mediator moet zijn ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Afhankelijk van de vraag of er aan al deze eisen is voldaan, zal de Raad beslissen of de aanvraag zal worden af- of toegewezen. Als de Raad het verzoek toewijst, wordt een zogenaamde toevoeging afgegeven. Hiervan kan je maximaal 4 uur gebruik maken van de diensten van de mediator. Als blijkt dat er meer uur nodig is, kan de mediator verlenging van de toevoeging aanvragen bij de Raad.

Rechtsbijstandsvoorziening voor mediation in België

In België lopen ze voor op de implementatie van de Europese Mediation richtlijn. In het Vlaams noemt men alternatieve geschillenbeslechting geen mediation zoals in ons land, maar ‘bemiddeling’.

Op 21 februari 2005 is de Wet tot wijziging van het gerechtelijk Wetboek in verband met de bemiddeling aangenomen en is op 22 maart 2005 is deze wet gepubliceerd in het Belgische Staatsblad. Het belangrijkste verschil tussen België en Nederland is dat er in België het uitgangspunt heerst dat er eerst een wettelijk kader moet zijn voordat mediation plaats kan vinden.

De wet op bemiddeling heeft veel rechtszekerheid gebracht in het Belgische. De wet heeft er voor gezorgd dat mediation in België een gelijkwaardig alternatief is voor arbitrage en rechtspraak.


Rechtsbijstand in België

Als men onvoldoende inkomsten heeft in België kan men aanspraak maken op het systeem van gerechtelijke bijstand conform artikel 664 en verder van het Gerechtelijk wetboek. De wet biedt subsidie voor de gerechtelijke of vrijwillige bemiddelingsprocedures. De bemiddeling moet wel gebeuren door een bemiddelaar die erkend is door de federale bemiddelingscommissie.

Wanneer men als alleenstaande minder dan 865 Euro per maand verdiend wordt mediation volledig vergoed.

Tussen de 865 en de 1112 Euro aan inkomen is er een gedeeltelijke subsidie mogelijk voor alleenstaanden.

Bij samenwonenden, gehuwden of soortgelijken die een gezin hebben is er een andere regel van toepassing.

Men gaat voor volledige subsidie uit van een inkomen van maximaal 1112 Euro in combinatie met de specifieke samenstelling van het gezin wat inhoudt dat er per extra persoon 142,31 Euro gerekend wordt

Voor een gezin van 2 personen houdt dat in: een maximaal inkomen van 1112 Euro + 142,31 wat op 1254,31 Euro uitkomt.

Tussen de 1112 Euro en 1357 Euro is er eenzelfde systeem alleen is er dan maar gedeeltelijke subsidie mogelijk.

Daarnaast wordt er ook rekening gehouden met een buitengewone schuldenlast en eventueel andere inkomsten en bestaansmiddelen. In vademecum juridische tweedelijnsbijstand worden een aantal condities genoemd waaruit men kan concluderen dat er een vermoeden van onvermogendheid is. Bijvoorbeeld iemand in de bijstand of iemand die gehandicapt is. Mensen in een schuldsaneringsregeling, gedetineerden of mensen wonende in een sociale huurwoning zijn ook indicatoren voor een laag vermogen.

Voorstel

Als je kijkt naar de huidige regeling omtrent de rechtsbijstandsvoorziening van mediation zijn er een aantal voor- en nadelen. Een belangrijk voordeel van de huidige regeling is dat vereist is dat de mediator staat ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Hiermee wordt voorkomen dat jan en alleman zich kan voordoen als mediator en geschillen beslechten, terwijl ze hier niet voor gekwalificeerd zijn. Deze eis zal te alle tijde moeten worden behouden en er zal moeten worden voorkomen dat er wordt aangesloten bij de ruime bepaling van mediator in de Europese richtlijn (Artikel 3 (b) Richtlijn 2008/52/EG).

Een nadeel van het toekennen van subsidie voor mediation op zich, is dat er een kans is dat de mediation mislukt, waardoor het geld als het ware is verspild. Uiteindelijk kan het zo zijn dat partijen alsnog bij de rechter terechtkomen, waardoor er misschien wel twee keer een tegemoetkoming zal worden verleend. Echter, dit nadeel wordt gecompenseerd doordat het in de praktijk al snel goedkoper is om een conflict op te lossen via mediation dan via de rechter.




 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Dit vind je misschien ook leuk