Boekbespreking De Beschaafde Samenleving van JC Alexander

Total
0
Shares
Boekbespreking De Beschaafde Samenleving van JC Alexander

Boekbespreking De Beschaafde Samenleving van JC Alexander


Hieronder vind je mijn uittreksel van het beroemde boek van Alexander over de beschaafde Samenleving. Succes met studeren.
Volgens JC Alexander gebruiken alle mensen het concept van ‘primordiality’, oorspronkelijkheid of originaliteit in de zin dat het altijd bestaan heeft, altijd zo geweest is of de elementaire ‘oervorm’ van de maatschappij is. Kwaliteiten of kenmerken van personen krijgen een bepaalde status die bepalen of de betreffende persoon bij de in-group of de out-group hoort.

Met andere woorden: eigenschappen zoals:

  • taal,
  • ras,
  • afkomst,
  • religie,
  • sociale klasse,
  • intelligentie,
  • seksuele geaardheid en
  • geslacht

bepalen of iemand wordt gezien als iemand die bij de groep hoort of als een buitenstaander. Elke groep heeft zijn eigen variaties op deze eigenschappen die zij beschouwen als ‘civil’ en als de oervorm of oerstatus van de groep. Mensen die deze eigenschappen niet bezitten worden gezien als non-civil. Natuurlijk bestaan civil en non-civil alleen in relatie tot elkaar. Het is net als met wij-zij gevoelens: de wij-groep bestaat alleen in relatie tot de zij-groep. En als vanzelfsprekend verschillen op elke plek in de wereld de ideeën over wat de oervorm is.

Nationalisme en socialisatie

Sommige mensen zien de civil society als universeel of grenzeloos. Dit klopt niet volgens Alexander. Grenzen en plaatsgebondenheid zijn nodig om te definiëren wie een insider of outsider is. Dit gaat niet alleen op voor de natiestaat. Ook binnen een land zijn er groepen met een eigen civil society die duidelijke grenzen hebben. Een voorbeeld hiervan is Friesland: Friesland hoort bij Nederland, maar de Friezen hebben hun eigen taal en cultuur die redelijk duidelijk begint of eindigt bij de grenzen van de provincie. Territorialiteit wordt hierdoor ook een primordial quality, net als taal, ras, afkomst, etcetera. Nationalisme kan in dit verband worden gezien als de socialisatie van een ruimte die is afgebakend door de territoriale grenzen van een staat. Alleen de leden van de eigen natie worden gezien als mensen die voor rede vatbaar zijn, eerlijk, open en beschaafd; leden van andere naties niet. Dit zorgt voor de creatie van ‘natuurlijke’ vijanden. Een consequentie hiervan is oorlog. De imperiale expansie van Noord-Europeaanse naties tussen de zestiende en negentiende eeuw had natuurlijk economische en geopolitieke motieven, maar het was zeker ook geïnspireerd door het gevoel dat mensen in andere gebieden van de wereld beschaving moest worden bijgebracht. Deze mensen werden gezien als non-civil, een bedreiging voor de beschaving zoals die in Noord-Europa bestond, en alleen door in de koloniale gebieden mensen ‘op te voeden’ tot beschaafde mensen kon de eigen natie, de eigen maatschappij, beschermd worden.


Gemeenschappelijke identiteit

Niet alleen mensen buiten de territoriale grenzen worden gezien als vijanden. Ook binnen een land bestaan groepen mensen die door de dominante groep worden gezien als buitenstaanders. Deze buitenstaanders voeren vaak een strijd om gezien te worden als behorend tot de insiders. Alexander geeft voorbeelden van joden en Afro-Amerikanen die in hun strijd voor erkenning wezen op de geschiedenis, waarin zij een belangrijke rol voor het land speelden. Zij vochten zij aan zij met de insiders tegen een andere vijand, stierven voor de keizer of voor de vrijheid van het land, en beschouwen zichzelf dus als patriotten en niet als buitenstaanders. Door dit te benadrukken wordt hun identiteit steeds meer geïntegreerd in de gemeenschappelijke identiteit van de insiders.

Geografische scheidslijnen

Er zijn ook andere vormen van geografische scheidslijnen tussen groepen: de scheiding tussen stad en platteland is hier een voorbeeld van. Stedelijke en rurale regio’s hebben een ander soort identiteit, die in de loop van de geschiedenis verschillend werd gewaardeerd. In de ene periode werd het platteland geromantiseerd, dan weer werd juist het stadsleven verheerlijkt. Soms werd dit gedaan door de plattelanders, soms door de stedelingen. Ook op transnationaal niveau komt dit voor: the West versus the rest.

Vormen van beschaving

Net zoals civil societies zijn gecreëerd in een echte ruimte, zo zijn ze ook altijd gecreëerd in een echte tijd. De vorm van beschaving zoals wij die nu zien heeft niet altijd bestaan. Elke civil society is gesticht door bepaalde personen in een bepaalde historische tijd. Wat belangrijk is aan deze ‘tijdelijkheid’ is dat het wordt gezien als iets essentieels, als een primordial fact, in plaats van als een historische constructie. Ook de oprichters van de maatschappij, de founding fathers, worden vereerd. Ze waren er ‘vanaf het begin’ en hun eigenschappen en kenmerken worden als primordial gezien, zij verklaren het succes van de pogingen tot het stichten van een democratische natie. Mensen die eigenschappen bezitten die afwijken van deze ‘oorspronkelijke’ eigenschappen worden door de insiders gezien als vervuiling. Het resultaat is niet simpelweg discriminatie, maar ook verbijstering en angst. Kunnen de nieuwkomers ooit goede burgers worden van dit land? Ze zijn zo anders dan wij!


Cultureel leerproces

Gelukkig kunnen deze gevoelens met de tijd veranderen. Het is een cultureel leerproces dat tijd kost. Als immigranten of andere typen buitenstaanders maar lang genoeg blijven en werken aan integratie (bruggen bouwen, contacten leggen, etc.) kunnen bepaalde kenmerken die eerst werden gezien als fundamenteel anders worden geïntegreerd in het gemeenschappelijke wij-beeld. De mensen met deze kenmerken worden dan niet meer geïdentificeerd als buitenstaanders maar als behorend tot de eigen groep. Dit proces kan echter wel weer teruggedraaid worden, als één of meerdere personen van de nieuwe groep activiteiten ondernemen of ideeën beginnen te ontwikkelen die fundamenteel ingaan tegen wat de insiders beschouwen als civil.

Moord op Theo van Gogh

Een voorbeeld hiervan is de moord op Theo van Gogh. Omdat deze afschuwelijke daad werd gepleegd door een moslimfanaat met een religieus motief voor de moord werd het integratieproces van moslims in het algemeen door veel mensen van de insidergroep mentaal teruggedraaid. Terwijl juist gewerkt werd aan meer begrip en positieve interactie zorgde één islamitische moordenaar voor veel negatieve gevoelens, angst en haat ten opzichte van alle moslims.




 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Dit vind je misschien ook leuk