Lang leve de imperfectie

Total
0
Shares
Lang leve de imperfectie

Lang leve de imperfectie


Lang leve de imperfectie

Ik heb mij vandaag weer eens druk gemaakt over de degeneratie van de mensvisie bij het welgestelde deel van onze samenleving. Misschien komt deze zin u wat cryptisch voor en vraagt dit om enig nadere toelichting.


Ik had op de website van mijn vakbond het bericht gelezen dat maar liefst 40 procent van de werkgevers het personeel dat te veel rookt, weegt of ziek is, wil kunnen wegsturen.

Dit zou blijken uit onderzoek van verzekeraar Zilveren Kruis Achmea in het kader van het congres Gezond Ondernemen. Of dit ook de werkgever zelf zou betreffen bij te veel roken, te zwaar wegen of ziekte, vermeldt het onderzoek niet.

Het vervoersbedrijf Connexxion werd tijdens het congres aangehaald als voorbeeld. Volgens de HR-manager van dit bedrijf zouden ongezonde werknemers verplicht deel moeten nemen aan fitness, vitaliteits- en antirookprogramma’s. Als uiterste maatregel zou het mogelijk moeten zijn afscheid van ze te nemen.


Werk en privé waren tot nu toe gescheiden domeinen. In sociaal-democratische kringen noemde men dit vroeger de emancipatie van de arbeider. Dat menselijke arbeid door werkgevers steeds meer als een kille productiefactor wordt beschouwd, is een proces dat al enkele decennia plaatsvindt.


Het lezen van dit onderzoek veroorzaakte een sombere stemming bij mij. Waar moest dit eindigen? In genetische selectiviteit? Vooraf kunnen bepalen of het arbeidsmateriaal, net zoals bij gebruikt gereedschap, aan kwaliteitseisen voldoet om het werk goed uit te kunnen voeren? Hoever waren we dan nog verwijderd van de rassentheorie van Hitlers nationaal-socialisten?

In die stemming besloot ik boodschappen te gaan doen.


Het was die dag druk in mijn C 1000. Bij de verschillende kassa’s vormden zich rijen klanten die allemaal zo snel mogelijk geholpen wilden worden. Want wachten is voor velen van ons een onduldbare belasting van ons incasseringsvermogen. Ook ik wil graag snel boodschappen doen en snel afrekenen. Het concept van de supermarkt als sociale ontmoetingsplaats is aan mij niet besteed. En dat getreuzel bij de kassa door oudere mensen ook niet. Ondanks mijn pensionering vind ik niet dat ik bij deze categorie klanten hoor.


Maar soms word je verrast door onvoorziene situaties waardoor je jouw mening even moet bijstellen en je met plezier je schikt in een dergelijk situatie.


Zo ook die dag dat in mijn rij bij de kassa mijn oog viel op de klant die op dat moment aan het afrekenen was. Ik zag hem pas goed toen hij naast de kassamedewerker kwam staan en hem verzocht zijn portemonnee uit zijn borstzakje van zijn jas te halen. De betreffende klant was een jongeman van Hindoestaans-Surinaamse afkomst en had geen armen. Zijn jasmouwen vielen loodrecht vanaf zijn schouders naar beneden. De uiteinden van de mouwen staken in de zijzakken van zijn jas. Zijn gezicht had een open en energieke uitstraling en kende niet die weifelende, zoekende blik naar omstanders bij wie de zieligheid en het meelijwekkende gevoel van het gezicht afdroop.


Niets van dit alles was bij de kassamedewerker te bespeuren. Hij pakte de portemonnee uit de aangewezen borstzak, opende deze en haalde er een pinpas uit. Mijn nieuwsgierigheid was nu volledig gewekt. Er moest natuurlijk gepind worden en om publiekelijk je pincode te gaan melden, leek mij vragen om moeilijkheden.


Plotseling zag ik dat de jongeman het pinapparaat gebruikte en een pincode intoetste. Toen ik wat nauwlettender keek, zag ik geen hand, maar een voet en werden de tenen gebruikt om de code in te toetsen. Ik keek stomverbaasd en daarna vol bewondering, samen met de rest van de rij wachtenden, naar de vaardigheid waarmee hij het apparaat met zijn tenen bediende.

Ik zag hoe de kassamedewerker het hengsel van de tas met boodschappen op zijn verzoek over zijn hoofd tilde en het hengsel om zijn nek hing. Zijn gezicht had nog steeds die uitdrukking van ‘laat mij me gang maar gaan, ik red me wel’. Hij knoopte zijn jas dicht en liep op slippers en blote voeten de winkel uit.


De reacties kwamen nu los en onderstreepten mijn verbazing en bewondering over de zelfredzaamheid van deze gehandicapte jongeman. Sommigen van de wachtenden wisten gelijkluidende verhalen te vertellen over hen bekende mensen met een beperking.

De rij schoof langzaam op en iedereen pinde vlot op de pinautomaat hun code in. Ook ik toetste, nog steeds vol bewondering, mijn code op het toetsenbordje in. Toetsen die kort daarvoor nog door tenen waren bediend.


Nu zijn toetsenborden per definitie bronnen van bacteriën. Ik zorg er dan ook voor om na gebruik snel met wat ontsmettingsmiddelen mijn handen te reinigen. Dat doe ik ook na het gebruik van een winkelwagentje. Wie weet wie er na het neuspeuteren heeft aangezeten.

Pas achteraf besefte ik dat bij het bedienen van de pinautomaat, ik geen moment hierbij stil heb gestaan. Alsof de magie van het moment mij had betoverd en mij van mijn bacterievrees had bevrijd. Ik besefte dat elk mens, in welke staat van lichamelijke perfectie of met welke beperkingen dan ook, een zinvol bestaan kan hebben.


Bestaat heel het leven, ja de hele natuur, niet uit imperfecties? Het is maar wat je definieert als perfectiestandaard. Mijn imperfectie zit hem in mijn buikomvang, waarvoor men mij gelukkig niet meer kan ontslaan. Daarin verschil ik van de huidige generatie arbeiders. Ik ben al enkele jaren geen productiefactor meer, hooguit een consumentenfactor. Maar wel een van een steeds groter wordende groep consumenten.


Hoe het ook zij, lang leve de imperfectie.


Cornelis M. Netten





 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Dit vind je misschien ook leuk