Wat is het verschil tussen gebruiks- en rekenbelasting?

Total
0
Shares
Wat is het verschil tussen gebruiks- en rekenbelasting?

Wat is het verschil tussen gebruiks- en rekenbelasting?


Welke belastingen moeten in rekening worden gebracht bij constructies?

Constructies worden ontworpen op een tweetal omstandigheden zijnde de gebruiksfase en uiterste grenstoestand. In beide gevallen moet een en ander aan opgelegde eisen voldoen zodat het gebruiksvriendelijk is, de gebruiker het prettig ervaart en er geen kans op structureel falen bestaat. Daartoe wordt binnen het ontwerp gebruik gemaakt van veiligheidsfactoren om het verschil tussen gebruiks- en rekenbelasting aan te geven. Waar zit er een verschil tussen de belastingtypen?


Gebuiksfase versus uiterste grens

Er wordt gebruik gemaakt van de term gebruiksfase voor de situatie dat er feitelijk van een gebouw of constructie gebruik wordt gemaakt. In die omstandigheid mag de belasting niet dermate veel vervorming of trilling opleveren dat het merkbaar is. Oftewel de doorbuiging moet binnen de perken blijven. De term uiterste grenstoestand betreft de omstandigheid waarbij de constructie tot het uiterste wordt belast. Dat uiterste mag nooit de vloeigrens overschrijden omdat dan vervormingen onherstelbaar zijn. Bovendien bestaat de kans dat de doorsnede door het vervormen verder wordt belast en compleet gaat bezwijken. Daartoe is de uiterste grens in het leven geroepen.

Representatief en rekenwaarden: veiligheidsfactoren

Aan de gebruiksfase van een constructie worden representatieve waarden aan toegekend. Er moet namelijk exact worden bepaald hoeveel een doorbuiging zal zijn. Het toevoegen van veiligheidsfactoren heeft voor de gebruiksfase dus geen zin. Dit is anders bij de uiterste grenstoestand. In dat geval wil je veiligheden inbouwen zodanig dat die uiterste omstandigheid niet voorkomt. Dat houdt in dat de representatieve waarden worden vermenigvuldigd met veiligheidsfactoren om de rekenwaarden te verkrijgen. Er zijn drie veiligheisniveaus volgens de Eurocode:

  • veiligheidsklasse CC1: 1,10 permanente belasting en 1,35 variabele belasting (kleine constructies);
  • veiligheidsklasse CC2: 1,20 permanente belasting en 1,50 variabele belasting (woningen);
  • veiligheidsklasse CC3: 1,30 permanente belasting en 1,65 variabele belasting (appartementengebouw, ziekenhuis).

Vertaling naar doorbuiging

Een belasting op een constructie vertaalt zich naar momenten welke door de constructie inwendig moeten worden opgenomen. Representatieve lasten vertalen dus naar een doorbuiging afhankelijk van de doorsnede van het profiel. Gewoonlijk dient van die doorsnede het traagheidsmoment te worden bepaald. De I waarde van een ligger wordt bepaald middels:

  • I = M;rep * L / (48*210.000*f) met daarin;
  • I = het traagheidsmoment voor een vierkant is dit 1/12*b*h3 (mm4);
  • M;rep = het representatief moment;
  • L = lengte van de overspanning;
  • f = doorbuigingseis: 0,003 voor niet met dragende wand belaste vloeren en 0,002 voor met dragende wand belaste vloeren. De factor 210.000 is de elasticiteitsmodulus van staal.


Voldoende sterkte tegen bezwijken

De uiterste grenstoestand wordt berekent op basis van veiligheidsfactoren zodat de uiterste vloeigrens niet wordt overschreden. Daartoe geldt:

  • vloeigrens staal = 235 N/mm2 > M;d/W met daarin;
  • M;d = moment op basis van rekenbelasting;
  • W = het weerstandsmoment voor een vierkant is dit 1/6*b*h2 (mm3).

Wordt aan voorgaande twee formules voldaan dan voldoet een constructie voor de gebruiksfase en uiterste grenstoestand. Laat je altijd informeren door een constructeur om de sterkte en stijfheid van constructies te laten controleren.

Lees verder suggesties:

Een stalen ligger berekenen, doe doe je dat?

De constructieve eigenschappen van staal

Artikel partner:

Wat is het verschil tussen representatieve en rekenwaarden?




 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Dit vind je misschien ook leuk