Aan multifocale lenzen wennen duurt voor de meeste mensen één tot twee weken. In die periode went je brein aan het feit dat de lens meerdere zones heeft voor dichtbij, tussenvision en veraf. Bij complexere sterktes of als je nooit eerder contactlenzen hebt gedragen, kan het vier tot zes weken duren voordat alles echt natuurlijk aanvoelt.
Dat je even moet wennen, heeft alles te maken met hoe multifocale lenzen werken. Ze bevatten meerdere optische zones in één lens, en je brein moet leren om automatisch de juiste zone te gebruiken. Dat is een onbewust proces dat je niet kunt forceren, maar wel kunt ondersteunen.
Wat je merkt in de eerste dagen
In het begin kun je last hebben van lichte wazigheid, een gevoel van dubbelzien of beelden die net niet scherp lijken. Dat klinkt alarmerend, maar het is normaal. Je brein is gewend aan je oude manier van kijken en moet een nieuwe strategie aanleren. Dit soort klachten verdwijnt bij de meeste mensen vanzelf binnen een paar dagen tot een week.
Wat ook regelmatig voorkomt: scherpte die afwisselt naargelang hoe je hoofd staat. Als je iets leest en je kantelt je hoofd licht, kan het ineens waziger worden. Dat is geen fout in de lens, maar een aanwijzing dat je brein nog aan het kalibreren is. Geef het de tijd.
Multifocale lenzen wennen: tips die het proces versnellen
Draag de lenzen elke dag. Inconsistent gebruik vertraagt het wennproces. Zet ze ’s ochtends in en houd ze in zo lang je je er prettig bij voelt, maar werk de draagduur geleidelijk op als je net begint.
- Kijk bewust om je heen. Oefen actief met dichtbij lezen, naar een scherm kijken en in de verte kijken. Je brein leert sneller als het alle zones regelmatig gebruikt.
- Vermijd meteen stressvolle situaties. Nachtrijden of werk waarbij je elk detail scherp moet zien, is in de eerste week niet ideaal. Bouw rustig op.
- Ga terug naar je opticien als de klachten na twee weken nog sterk zijn. Soms is de sterkte niet optimaal ingesteld, of past een ander type multifocale lens beter bij je oog.
- Wissel niet te snel terug naar je bril. Af en toe je bril opzetten is prima, maar als je na elke moeilijke situatie terugvalt op je bril, geef je je brein minder kans om te wennen aan de lenzen.
Wanneer het langer duurt dan normaal
Bij een hoge leessterkte (boven de +2,00) of een combinatie van een sterke bijziendheid en presbyopie (ouderdomsverziendheid) is het heel gewoon dat het wennproces zes weken in beslag neemt. Je brein heeft dan meer tijd nodig om de optische informatie te verwerken. Dat is geen teken dat de lenzen niet goed zijn.
Wat wél een signaal is om terug naar de opticien te gaan: aanhoudende hoofdpijn, uitgesproken dubbelzien na meer dan twee weken, of een gevoel dat veraf zien duidelijk slechter is geworden dan met je oude lenzen. In dat geval klopt de basissterkte of de pasvorm van de lens mogelijk niet.
Eén oog scherper dan het andere: is dat normaal?
Ja, en dat is een bewuste keuze die opticiens soms maken. Bij zogenaamde monovisie of aangepaste multifocale aanpassing is één oog licht dominant ingesteld voor veraf, en het andere wat meer voor dichtbij. Je brein combineert dat beeld. In het begin kan dit even raar aanvoelen, maar de meeste mensen ervaren dit na de wentijd als heel natuurlijk. Als je er na drie tot vier weken nog flink last van hebt, bespreek het dan met je opticien.
Verschil met multifocale brilglazen
Mensen die al gewend zijn aan een multifocale bril, denken soms dat contactlenzen hetzelfde werken. Dat is niet zo. Bij een bril kijk je door een specifiek deel van het glas (omlaag voor lezen, recht vooruit voor veraf). Bij multifocale contactlenzen zitten alle zones gecentreerd voor je pupil tegelijk. Je hoeft je hoofd en ogen dus niet anders te bewegen, maar je brein moet wel anders leren selecteren. Daardoor kan het wennproces bij contactlenzen zelfs wat langer duren dan bij een nieuwe multifocale bril.
Geef jezelf de volle twee weken voordat je conclusies trekt. De meeste mensen die in week één bijna opgeven, zijn er in week twee blij mee. Kom je er na zes weken echt niet uit, dan is het slim om samen met je opticien opnieuw naar de sterkte of het lenstype te kijken.